Wat ik prettig vind aan dit gedicht (en het andere) is dat je de lezer een leidraad geeft doorheen iets wat anders ongetwijfeld een vreselijk doolhof zou zijn geworden, tegenwoordig heb je (adh hetgene ik lees van mn collega studenten) weinig mensen die dat nog willen en aandurven, ook al omdat het niet makkelijk is, je bewijst maw dat je adh van enkele eenvoudige herhalingen een proces kunt neerpoten zonder afbreuk te doen aan het complexe daarvan.
Wie dit gedicht twee keer leest moet toch moeite doen om hier en daar niet te struikelen, dat heb ik toch als ik het luidop lees, ik krijg de laatste zin er niet meer uit ofzo, de woordkeuze vind ik af en toe moeilijk.
Verder zoals venus zei, met wind en ritme (en on top: avondrood) trek je de lezer mee doorheen de bildung van een iets, zonder dat onnodig te verduidelijken of af te wijken van dat iets haar euhm zijn met veel droefheid, kwetsbaarheid en kleuren maar doorheen dat alles een evenwicht, precies zoals veel dichters tijdens en voor het interbellum.
Ik krijg er een prettig heerlijk nazomerig Werthergevoel van..
