Kinderen van de Nacht

Uit hier al je creativiteit in poëzie... tekeningen of andere zaken!

Kinderen van de Nacht

Postby Silveryne on Tue 31 May, 2005 19:39

Proloog
Uit het woud van Transsylvanië klonk een harde schreeuw. Vogels vlogen verschrikt op, terwijl een donkere gedaante gehuld in een zwarte mantel haastig verdween in de duisternis die de bomen op de grond wierpen. Zo zou geen enkel spoor naar hem kunnen leiden, want niemand zou hem zien. Tenminste, dat hoopte hij. Helaas waren er een paar mannen uit een nabijgelegen dorp hout aan het hakken. Zij hadden de vreemde gedaante herkend aan het glinsterende embleem dat hij op zijn mantel droeg. Onmiddellijk waarschuwden zij de andere dorpsbewoners.
De open plek waar de schreeuw vandaan was gekomen leek verlaten nu de houthakkers waren verdwenen, maar al gauw werd het overspoeld met lawaai. Gillende mensen kwamen achter bomen vandaan en begonnen onrustig heen en weer te rennen niet wetend waar naar toe en zonder de jonge vrouw die op de grond lag, aandacht te geven. Dit deden ze expres, omdat ze bang waren voor haar. De vrouw was gebeten door de machtigste vampier die op aarde rond liep. Zijn komst beschouwden ze als een teken van groot gevaar en probeerden het onrein daarom zo snel mogelijk ongedaan te maken.
Ze waren bang dat de jonge vrouw, die eens hun vriendin, familie of buurvrouw was, wakker zou worden hen ook zou bijten. De vampier zou dan niet alleen gewonnen hebben, maar het eeuwenoude dorpje zou ten onder gaan en met het dorpje de tradities die alleen in het woud van Transsylvanië werd gehandhaafd.

Een klein meisje zag in het voorbijgaan dat de vrouw wakker werd. Hoewel het meisje een nichtje was van de vrouw begon ze toch haar moeder te roepen. De vrouw had haar ogen inmiddels open. Het zonlicht was fel voor haar ogen, zodat ze haar hand er boven hield om het meisje goed te kunnen bekijken. De bange uitdrukking op haar gezichtje zorgde ervoor dat de jonge vrouw haar verbaasd aankeek. Voetje voor voetje liep het meisje achteruit en schreeuwde nog steeds om aandacht van de dorpsbewoners. Door een waas van tranen zag ze een steen niet liggen, zodat ze er over struikelde. Toch kon ze nog net haar evenwicht bewaren en zo snel als ze kon draaide het meisje zich om en rende huilend naar een vrouw die inmiddels aan was komen rennen. Deze nam haar mee naar de andere kant van de open plek om haar te ondervragen. Ondertussen was de aandacht van de dorpsbewoners op de vrouw gericht. Deze merkte eindelijk dat ze de hele tijd omhoog had moeten kijken om naar het meisje te kunnen kijken. Al die tijd had ze op de grond gelegen en al die tijd had ze er niets van gemerkt. Nu prikten dennennaalden in haar rug en kriebelden mieren over haar voeten. Voorzichtig kwam ze overeind en schudde het vuil van haar handen. Langzaam probeerde ze op te staan, maar een flinke hoofdpijn zorgde dat ze alles dubbel zag. Ze besloot om naar een dichtstbijzijnde boom te kruipen, zodat ze enige houvast had. Terwijl ze zich op haar knieën zette voelde ze dat de duizeligheid de overmacht begon te krijgen. Haar lichaam werd langzaam slap en ze raakte buiten bewustzijn. Wel zag ze nog net hoe verschillende blikken angstig haar kant uit keken en het verbaasde haar dat ze haar niet kwamen helpen.
De inwoners kwamen voorzichtig dichterbij. Kinderen klampten zich aan de benen van hun ouders en keken nieuwsgierig naar de vrouw die eens hun buurvrouw, tante of kennis was geweest. Ze keken nu met walging naar haar alsof ze oud vuil was. Een stel jongens vond het grappig om tegen haar lichaam te trappen, maar ze kregen al gauw een waarschuwing. Met een laatste gemene blik naar de vrouw draaiden ze zich om en gingen bij de rest van de dorpsbewoners staan.
Nu de vrouw buiten bewustzijn was, konden zij een plan verzinnen om haar zo ver mogelijk weg te krijgen bij hun dorp vandaan. De rivier was een geschikte oplossing. Ze bonden haar handen bijeen uit angst dat ze anders alsnog zou kunnen ontsnappen. Ze wisten dat de kracht van een vampier tien keer sterker was dan die van een mens.
Twee mannen van een jaar of veertig droegen de vrouw voorzichtig naar de rivier die door het woud heen liep, steeds controlerend of zij niet wakker zou worden. Bij die rivier aangekomen, gooiden ze haar erin en duwden haar lichaam richting de stroom, die het lichaam van de vrouw naar een ander gebied in het woud zou brengen.
Zo dreef zij dagenlang mee met de stroom van de rivier, bewusteloos en vele gebieden achter zich latend. Het was alsof geen mens haar zag, maar op een dag werd de vrouw uit de rivier gevist en meegenomen naar een huis aan de rand van het woud. Daar werd zij verzorgd door een man van een jaar of dertig, veertig, hij had halflang zwart haar, groene ogen en langs zijn rechteroog liep een litteken.
Hij was niet gewend een vrouw in huis te hebben en was er nooit mee opgegroeid. Zijn moeder was al overleden, toen hij nog maar drie jaar oud was. Zijn vader had alle zorg op zich genomen en had hem grootgebracht. Hij voelde zich desondanks verantwoordelijk voor de vreemdelinge en hij wilde ervoor zorgen dat ze weer zou genezen. Misschien kon hij op deze manier het vreemde gevoel stillen dat in de loop der jaren erger was geworden.
Sinds de dood van zijn vader woonde de man nog altijd in het huis waar hij was opgegroeid. Het huis op een open plek in het bos, waar de vogels iedere ochtend de morgenzon toezongen. Hij was vastbesloten om op deze plek te blijven wonen, want het was de enigste plek voor hem waar hij zich echt thuis voelde.
User avatar
Silveryne
Lid
 
Posts: 15
Joined: Tue 31 May, 2005 19:30
Location: Zwollywood

Return to Creatieve uitingen

Who is online

Users browsing this forum: No registered users and 1 guest

cron