by Vince on Thu 01 Aug, 2002 12:38
Het begon met de Ark van Noach en eindigde met het bloed van Christus. De wonderbaarlijke ontdekkingen van Ron Wyatt.
Het was geen geluk en zeker geen inzicht waardoor hij zoveel succes had. Het was de Voorzienigheid. Die zorgde ervoor dat hij toestemming kreeg te graven waar andere onderzoekers nog jaren moesten wachten. Die had ervoor gezorgd dat hij op de meest precaire momenten, wanneer alles dreigde vast te lopen, plotseling weer kon beschikken over geld en nieuwe inspiratie. Die Voorzienigheid zorgde ervoor dat tegenstanders ziek werden, dat weigerachtige regeringen ten val waren gekomen en dat aardbevingen ongelovige onderzoekers op een dwaalspoor hadden gebracht, maar voor hem op het juiste moment de ware resten hadden blootgelegd. God zelf stond hem al die jaren bij. Geen wonder. Hij bewees immers dat God woord had gehouden. Dat alles wat in de bijbel te lezen stond letterlijk zo gebeurd was.
Tweeëntwintig jaar trok hij door het Midden-Oosten. Zo'n honderd reizen heeft hij gemaakt, en daarbij heeft hij tientallen archeologische ontdekkingen gedaan die het gelijk van de bijbel onomstotelijk bewezen. Ron Wyatt stierf op 4 augustus 1999. Als hij gelijk had, was hij zonder twijfel de belangrijkste archeoloog van de 20ste eeuw. Als hij gelijk had.
Rons besmetting met het virus van de bijbelse archeologie dateert van 1960. In een artikel in Life las hij dat een Turks militair vliegtuig het jaar daarvoor een eigenaardige contour had gesignaleerd bij de berg Ararat. Een contour in de vorm van een schip. Zouden dat de resten zijn van de Ark van Noach, zo vroeg Life zich af. De vraag liet Wyatt niet meer los. Hij las het verhaal van de zondvloed steeds weer opnieuw, maakte een schaalmodel van de Ark, tekende, rekende en rekende – en constateerde dat het allemaal best waar kon zijn. Vijftien jaar later kwam zijn droom uit. Op kosten van onder andere James Irwin, de Apollo-15-astronaut die arkoloog werd, en met toestemming van de Turkse autoriteiten bestormde hij de Ararat en vond de bootvormige 'afdruk' op een helling zo'n twintig kilometer ten zuiden van de berg.
Een vulkaanuitbarsting, zo meende hij, had het wrak ver van haar oorpronkelijke landingsplaats geworpen. Zijn reconstructie van het schip kwam exact uit op 515 voet – de lengte die God aan Noach had opgedragen. Maar het bleef niet bij de afdruk van een schip (waarvan iedereen tegenwoordig aanneemt dat het een geologische rariteit is en verder niks): Wyatt vond gefossiliseerde stukken hout (die bij koolstof-14-dateringen door de mand vielen als veel te jong); met behulp van radar 'ontdekte' hij dat onder het dek nog de contouren te zien waren van de stallen waarin Noach de beesten had opgeborgen. Metaaldetectoren registreerden ijzer in de wand van het schip (de rotsen aldaar bevatten veel magnetiet, dat eveneens magnetisch kan worden). Enorme stenen die in de buurt lagen moesten de ankerstenen zijn geweest. Hij ontdekte 'de boerderij van Noach' niet ver van het wrak en een grafveld voor Noachs familie.