ge·´luid (het ~)
1 [g.mv.] zich door de lucht voortplantende trillende beweging die door het gehoor waargenomen wordt
2 bepaalde klank die door een persoon, dier of zaak wordt voortgebracht
3 mening, oordeel
punt 1 zou suggereren dat het pas geluid is als het door het gehoor wordt waargenomen. Bij punt 2 kan je pas van een klank spreken als je die hoort. En punt 3 heeft er niks mee te maken.
Dus mijn mening is dat het inderdaad pas geluid genoemd mag worden als je het kan horen. Anders zijn het gewoon alleen luchtdrukverschillen
