In Nederland heb je eigenlijk verschillende soorten docenten/leraren.
Leraren voor het basisonderwijs (volgt iedereen tot de leeftijd van 12 jaar) gaan naar de PABO. Dat is gewoon een opleiding en kan bij de meeste hogescholen gevolgd worden.
Dan heb je nog een groep docenten die een vakspecifieke opleiding hebben gevolgd. Bijvoorbeeld natuurkunde, scheikunde, etc. Deze docenten halen naast hun universitaire opleiding een zogenaamde lesbevoegdheid. Deze groep geeft meestal les in het middelbaar/voortgezet onderwijs HAVO/VWO (de twee hoogste niveau's). En dan met name in de bovenbouw.
Van de groep die hier tussenin zit wisselt de vooropleiding nogal.
Dan heb je ook nog het beroepsonderwijs. Dat zijn meestal mensen die vanuit de praktijk in het onderwijs rollen. Ik geloof niet dat daar een specifieke opleiding voor is.
Docenten op de universiteit en hogescholen krijgen geen speciale opleiding. Je kan eigenlijk zeggen dat ze dus ook uit de praktijk (hoger bereoepsonderwijs) en theorie (universitair

) afkomstig zijn.
Bijscholing wisselt. Scholen mogen dat vaak zelf invullen. Dit gebeurt dan ook meestal door studiedagen of cursussen van vakverenigingen. Dit hangt heel erg af van de mogelijkheden op de verschillende vakgebieden.