by McCaine on Mon 07 May, 2001 05:38
God, m. (-en) 1. (in het alg.) Godheid, bovenmenselijk, machtig en aanbiddelijk wezen; 2. (bij uitbr.) Beeltenis van een godheid (van hout, steen, metaal) die vereerd wordt, ("af")godsbeeld;
-3. Oneig., in toepassing op mensen en zaken die men bij godheden vergelijkt en vergoodt;
4. (zonder meerv.) (in t bijz. in absolute zin, bij monotheïsten) het Opperwezen, de Schepper, de Geest waardoor en waarin alles is( in de bespiegelende wijsbegeerte); inz. het opperwezen der joden en christenen.
In Memoriam: Matthew Shepard(1976-1998)
Wake up, meet reality!